Integratie van een Daikin Altherma warmtepomp in neoom Ai
Dit artikel beschrijft de noodzakelijke configuratiestappen om een Daikin Altherma 3- of Altherma 4-warmtepomp te integreren in neoom CONNECT.
Aanvullende documentatie voor Altherma 3-integratie met Home Hub:
- Installer Reference Guide voor Daikin Home Hub (Duits)
- Installer Reference Guide voor Daikin Home Hub (Engels)
- Installer Reference Guide voor Daikin Altherma 4 (Duits)
- Installer Reference Guide voor Daikin Altherma 4 (Engels)
De Daikin warmtepomp verbinden met de BEAAM
Je hebt 2 mogelijkheden om de warmtepomp met een LAN-netwerkkabel op de BEAAM aan te sluiten.
Mogelijkheid 1: verbinding via de BEAAM LAN-poort
Dit is de aanbevolen variant, aangezien de warmtepomp in dit geval een IP-adres van de BEAAM toegewezen krijgt. Zorg er in dit geval voor dat de warmtepomp is geconfigureerd om een IP-adres via DHCP te ontvangen. De hiervoor benodigde instellingen vind je in de documentatie van de warmtepomp.
Deze variant is echter niet altijd mogelijk vanwege de omstandigheden bij de klant, aangezien directe LAN-bekabeling tussen warmtepomp en BEAAM niet altijd haalbaar is.
Mogelijkheid 2: indirecte verbinding via de BEAAM WAN-poort
Sluit hiervoor de warmtepomp aan op de router of een switch van het LAN-netwerk van de klant. Aangezien de BEAAM ook via de WAN-poort met het LAN-netwerk van de klant is verbonden, is de warmtepomp op deze manier vanaf de BEAAM bereikbaar.
Aanbeveling:
Het IP-adres moet rechtstreeks op de warmtepomp worden geconfigureerd. Zorg er daarbij voor dat het IP-adres niet binnen het op de router geconfigureerde DHCP-adresbereik valt en zich in hetzelfde subnet bevindt als het volledige LAN van de klant.
Alternatief:
Het IP-adres voor de warmtepomp kan ook via DHCP door de router van de klant worden toegewezen. In dat geval moet ervoor worden gezorgd dat de router altijd hetzelfde IP-adres aan de warmtepomp toewijst. Dit kan bij de meeste routermodellen per toegewezen IP-adres worden ingesteld.
LET OP:
Bij wijzigingen aan het LAN van de klant (bijvoorbeeld een nieuwe router) moeten bij mogelijkheid 2 het IP-adres van de warmtepomp en de configuratie in neoom CONNECT opnieuw worden ingesteld.
Configuratie in neoom CONNECT
Stap 1: Log in op connect.neoom.com
Stap 2: Selecteer de locatie en klik op "Locatieconfiguratie" in het linker navigatiemenu.
Stap 3: Klik op "Scan network" om een nieuw apparaat toe te voegen.
Na enkele seconden verschijnt een lijst met alle op het netwerk gevonden apparaten.
Als de warmtepomp correct met de BEAAM is bekabeld en correct op het netwerk is geconfigureerd, vind je deze in deze lijst.
Stap 4: Klik bij de warmtepomp-tegel op "Configureren"
Stap 4: Vul de gegevens als volgt in en klik op Opslaan. Let hierbij op het juiste model (Altherma 3 of Altherma 4). Het veld voor het IP-adres is al vooraf ingevuld en mag niet worden gewijzigd.

Stap 5: Klik op "Configuratie toepassen"
Stap 6:
Nadat de configuratie naar de BEAAM is geladen, zou de warmtepomp na enkele seconden tot minuten als online (groene stip) moeten worden weergegeven in het apparatenoverzicht. Klik hiervoor in het linker menu op "Apparaten".

Zodra het apparaat online is en je erop klikt, kun je de door de warmtepomp verzonden meetwaarden bekijken:

Noodzakelijke instellingen voor Daikin Altherma 4 in connect.neoom.com:
In tegenstelling tot de Altherma 3 met Home Hub ondersteunt de Altherma 4 momenteel niet de mogelijkheid dat het energiemanagementsysteem een vermogenswaarde (beschikbaar PV-overschot) naar de warmtepomp stuurt. Daarom moet bij een Altherma 4-installatie de volgende aanvullende configuratie worden uitgevoerd:
Klik in connect.neoom.com in het linker navigatiemenu op "Devices", selecteer de warmtepomp uit de lijst en klik vervolgens op het tabblad "Optimization Strategy"

Power threshold for start recommendation (vermogensdrempel voor inschakeladvies):
Vanaf deze vermogenswaarde van het beschikbare PV-overschot geeft het energiemanagementsysteem de warmtepomp een inschakeladvies.
Deze waarde moet worden gedimensioneerd op basis van de grootte van de PV-installatie (kWp-waarde), zodat de opgegeven PV-overschot-vermogenswaarde op typische dagen wordt bereikt. De waarde mag echter niet te laag worden ingesteld, aangezien de warmtepomp een bepaald minimumvermogen nodig heeft om op te starten.
Power threshold for normal operation (vermogensdrempel voor normaal bedrijf):
Deze waarde is niet relevant voor Daikin-warmtepompen en moet op 0 worden gezet.